maandag 15 september 2014

Zomaar een herinnering.

                                             Zomaar een herinnering.

Ik wandelde  in de nacht door de straten van Den Haag.
Ik voelde me klein, ik was maar een blaag.

Wandelend van de stad naar Scheveningen en terug naar de stad.
Ik voelde kou, verdriet en ik was alles zat.

Ik voelde me verloren en alleen
Voor mijn gevoel was er niemand om me heen.

Ik was net ontmaagd maar ik had er niet om gevraagd
Ik voelde me vies, smerig en belaagd

Ik durfde niet meer naar huis
Dat was een tehuis en  niet mijn thuis.

De mensen vroegen en keken me na, wat doet ze hier op straat
Het was al zo donker en het was al zo laat.

Ik bleef maar lopen en af en toe staan, bang om te zitten, bang om te slapen.
Dus bleef ik lopen en bleef ik gapen.

Ik stond bij mijn moeder en en ik liep naar mijn vader maar aanbellen deed ik niet.
Waarom ik het niet deed, dat weet ik niet ik liep gewoon weer verder, ik alleen met mijn verdriet.

Het werd al drukker en het werd al snel weer licht.
Ik ging weer hopen, het einde was gelukkig in het zicht.

Nog een stukje, nog een eindje
Je kan het wel, het lukt je wel kleintje.

Nu  naar school en snel naar de klas
Niemand die wist waar ik die nacht was.





                           Zomaar een herinnering aan toen ik veertien was.







Geen opmerkingen:

Een reactie posten